Vlinder als krachtdier

Een vlinder staat vooral symbool voor transformatie. Geduld, vertrouwen en besef dat alles tot bloei komt wanneer de tijd rijp is. Zoals een rups in een cocon die verandert in een prachtige vlinder. Ook wekken vlinders een gevoel van vreugde, lichtheid en vrijheid in ons. Vlinders zijn vrolijk en dwarrelen van bloem naar bloem. Hun boodschap is vaak vol enthousiasme. Omdat vlinders boodschappers zijn voor de ziel, zijn vlinders vaak ook tekenen van overleden dierbaren.

 Lees hieronder het mooie verhaal van Papillia ...

 

Papillia  

Papillia de rups keek de andere dieren van de boom bedroefd aan. "Ik voel me zo moe en versleten, het is afgelopen met me". De anderen schrokken. Ze woonden al heel lang met Papillia in dezelfde boom. Nu hing ze daar zo vreemd aan de lange draad die ze nog zelf had gemaakt. De wind liet haar draaien en zwaaien "Zoooo moe... zoooo moe...", zuchtte ze met de wind mee. Toen rolde ze zich op en draaide zich in haar eigen draad. Steeds verder slingerde de draad om haar heen. Op het laatst zag je alleen nog haar kopje. "Tot ziens", zei ze zachtjes.

Weg was haar prachtig groen gespikkelde lijfje, verdwenen in een grauwgrijze hul. Een harde windvlaag liet de draad knappen. Daar rolde het vreemd langwerpige ding waarin Papillia zat op de grond. De andere dieren van de boom renden er naar toe en bleven geschrokken om haar heen staan. 
"Zo dood als Piet de Pier", bromde de kever. "Zien we haar nooit meer terug?" De krekel wreef bedroefd met zijn voorpoten over zijn hoofd, wat een klagelijk geluid gaf. "Ze was mijn vriendinnetje". 
"Nee, dood is dood", zei de kever. "Het is jammer, ik vond haar ook aardig en ze had zo’n leuke manier van lopen". De krekel hield op met wrijven en keek de anderen vragend aan. "Maar ze zei toch tot ziens"? "Hoe kan dat nou, je ziet toch dat er geen leven meer in zit?" De sprinkhaan tikte tegen het ding. "Kom, we zullen haar op een rustig plekje leggen, help es een pootje".
Met z'n allen probeerden ze -wat er nog van Papillia over was- naar een afgelegen hoekje te schuiven. Ze zetten hun poten schrap, duwden en sleepten. Dat was zwoegen! Eindelijk lag Papillia in haar omhulsel op een beschut plekje tussen de wortels van de boom. Haar speelkameraadjes legden er stil een blad overheen. "We zullen haar heel erg missen", zei de kever. "Tja", zuchtten de anderen en de sprinkhaan zei: "het is een droevige dag. Het leven in de boom zal nooit meer hetzelfde zijn na vandaag". "En toch zei ze tot ziens", hield de krekel vol. Hij legde stiekem een heel klein bloemetje op het blad.

Iedereen ging weer aan het werk. Maar het wilde niet lukken die dag. Aldoor moesten ze denken aan wat er met Papillia gebeurd was. Ze raakten er niet over uitgepraat en waren droevig gestemd. Zonder Papillia zou het niet half zo gezellig zijn in de boom. De krekel mistte haar het meest. Hij kon alleen nog maar droevig tsjilpen. Ondertussen werd het kouder en kouder. De dieren zochten een schuilplaats voor de winter. Het werd stil in het bos. Geruisloos kwamen de witte vlokken naar beneden zweven. Die dekten alles toe.

Na een lange tijd wachten kwam de lentezon met haar warme, troostende stralen. De sneeuw sijpelde weg in de bosgrond. Het bos leefde weer op. Aarzelend probeerde de krekel een lenteliedje. Ook de plek waar Papillia in haar omhulsel lag, werd door de zon verwarmd. Toen gebeurde er een wonder, maar niemand die het zag. Er bewoog iets! Er ging een siddering door het grauwe ding heen. Het barstte open!
Daar was een schittering van rood en bruin en stralend wit. Twee vleugels ontvouwden zich en een rank lijfje strekte zich uit. De vleugels klapwiekten aarzelend. Daar vloog een ragfijne vlinder de zon tegemoet. Dartelend zeilde ze door de lucht en probeerde van alles uit. Ze zag dat de wereld veel meer was dan bomen. Vrij voelde ze zich en onbegrijpelijk gelukkig. Heel ver beneden zag ze haar vrienden en vriendinnen. Ze zou wel naar hen toe willen om te vertellen hoe groot de wereld was. En ook dat ze zich geen zorgen meer over haar hoefden te maken. Haar leven was zo luchtig en licht. 

Nog nooit had ze zich zo compleet gevoeld, zo op en top Papillia. Zouden ze daar beneden ook weten dat de zon er altijd was, ook achter de dikste wolken? Ze vloog steeds lagere cirkels om de boom heen en praatte aan één stuk door. Ze keken wel even omhoog maar herkenden haar niet en begrepen haar niet. Ze spraken niet meer dezelfde taal en ze konden zo hoog niet vliegen. "Oh, als ze eens wisten...", dacht Papillia. Toen liet ze zich drijven op de wind. Het ging heerlijk. Vanaf een grashalm keek de krekel een vlinder na en tsjilpte naar de zon. 

Schrijfster: Yvonne van Emmerik

Kijk ons assortiment op de totemdieren en krachtdieren pagina



Betaal makkelijk en veilig via:



à la Tara is onderdeel van


 

© 2014 - 2021 à la Tara | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel